|
|
 |
|
 |
 |

Na zijn introductie aan het eind van de jaren '70 was de Honda Prelude jarenlang populair als showmobiel voor de gezellinnen van welgestelde heren. Dat karakter is in de loop der jaren wel wat stoerder geworden.
Nog steeds is de Prelude een opvallende auto, maar hij ziet er beduidend minder lief en agressiever uit dan vroeger, terwijl hij ook motorisch aan sportiviteit heeft gewonnen. In de nieuwste versie hebben we de keus uit een 2.0i met 16 kleppen en een nokkenas en een 2,2-liter met 2 nokkenassen, eveneens zestien kleppen en Honda's unieke VTEC-mechanisme, dat bij verandering van het toerental zowel de timing als de lichthoogte van de kleppen beinvloedt.
Hoewel de VTEC-motor dik 50 pk meer levert dan de 2.0i, is die 'gewone' tweeliter bepaald geen doetje. Met een vermogen van 133 pk laat hij vrijwel elke concurrerende sportieve coupe in de prijsklasse tot f 60.000 achter zich. 'Als je het vlug zegt, is het niet veel' heet het in de autohandel, maar bij de 2.0i praten we toch nog altijd over een prijs van bijna 57.000 gulden.

De eerste keer instappen geeft meteen een confrontatie met het karakter van de Prelude, want je ploft gegarandeerd verder naar beneden dan je had verwacht. De daklijn is immers laag en de diep gevormde stoelen geven aanleiding tot een lichtelijk achterover hellende rijpositie. Eenmaal onderweg bevalt dat goed, maar het vereist wel even wat gewenning. In die positie heb je sowieso het beste contact met de techniek: alle knoppen, hendels en pedalen laten zich bijna reflexmatig bedienen en de zit is op den duur prettig ontspannen. Dat geldt overigens alleen voor een tweepersoons-bezetting, want hoewel de voorstoelen met een fraaie walk-through beweging naar voren glijden, heeft het achterbankje slechts een symbolische functie. Zelfs met een paar kleuters achterin moeten de voorstoelen al opschuiven en dat gaat meteen ten koste van de prettige zit. Met vier niet al te grote volwassenen hebben we het even geprobeerd, maar dat is echt niet te doen. Voorin zit je stijf met je knieen tegen het dashboard en de nog erger ingeklemde achterpassagiers stoten bij het geringste kuiltje in de weg hun hoofd tegen het dak of de achterruit. De Prelude is een tweepersoons auto en zelfs met de beste wil van de wereld geen 2+2.
Tijdens de bovenstaande proefneming bleek al dat de Prelude vrij stug is geveerd en dat is gezien het sportieve karakter terecht. De veelgeroemde double-wishbone ophanging zorgt voor een klevend wegcontact en de coupe gaat mooi strak en zonder kuren de hoek om. Het bochtgedrag is tot op hoge snelheid neutraal; met veel gas-erop benadert de Prelude de grens licht onderstuurd, bij gas-loslaten zoekt zijn neus gehoorzaam en goed controleerbaar de binnenkant van de bocht op. De vrij sterke stuurbekrachtiging doet echter enigszins afbreuk aan de prima rij-eigenschappen: de overbrenging is direct genoeg, maar rechtuit-rijdend voelt het stuur wat vaag aan. Duidelijk een concessie aan het comfort, maar minder passend bij een sportieve coupe.
Aan de andere kant wil de Honda zijn inzittenden toch de indruk geven dat de Prelude in de sportklasse thuishoort en het motor- en uitlaatgeluid is dan ook behoorlijk geprononceerd. De bouwers zijn er zelfs in geslaagd om een soort VTEC-sensatie te verwezenlijken, want boven de 4000 toeren lijkt het wel alsof er plotseling een paar cilinders bijkomen. Dat spoort trouwens goed met de prestaties, want ook het maximum koppel openbaart zich pas bij 5000 tpm.
Opgewonden
Met dat enigszins opgewonden motorgedrag doet de Prelude precies wat je op grond van zijn uiterlijk zou verwachten. Gretig ronkend trekt hij uit stilstand lekker rap op en een korte beweging van de schakelpook met wat gas-erbij volstaat om een voorligger op de snelweg in een flits te passeren. Zelfs met de efficiente motoren die Honda bouwt, kost zoen rijstijl natuurlijk een extra slok benzine; zo bekeken viel het testverbruik van ruim 1:10 nog wel mee.
Vergeleken met zijn mededingers in het sportief luxueuze segment scoort de Prelude sterk met zijn prestaties, zijn weggedrag en zijn redelijk complete, zij het airbagloze uitrusting. De koper moet zich echter realiseren dat het meenemen van meer dan een passagier op problemen stuit.
Wie met de prestaties nog niet tevreden is, kan het hogerop zoeken bij de 2.2 VTEC, die zoals gezegd ruim 50 pk meer in huis heeft en met zijn vierwielbesturing nog iets moeitelozer zijn bochten neemt. Dat kost dan op de kop af 19.000 gulden meer dan de 2.0i en als bonus zitten daar dan ook ABS en maar liefst twee airbags op...
Brandstof benzine
Cilinders 4 in lijn
Kleppen/cilinder 4
Brandstofsysteem multipoint injectie
Cilinderinhoud 1997 cc
Maximaal vermogen 98 kW/133 pk bij 5300 tpm
Maximaal koppel 179 Nm bij 5000 tpm
Aandrijving voor
Transmissie 5 versnellingen, handgeschakeld
Remmen voor/achter gev. schijven / schijven
Banden 195/65R14
Draaicirkel wielen 11,0 m
Lengte/breedte/hoogte 4440 mm/ 1765 mm/ 1290 mm
Wielbasis 2550 m
Gewicht 1193 kg
Laadvermogen 527 kg
Aanhangermassa geremd/ongeremd 1200 kg/ 500 kg
Kofferruimte 278-278 l
Tankinhoud 60 l
Topsnelheid 201 km/u
Acceleratie 0-100 km/u test 9,5 s (9,2 s)
Acceleratie 80-120 km/u in D - s
Brandstofverbruik test 9,9 l/100 km (fabrieksopgave: 8,6 l/100km)
CO2 uitstoot - g/km
Geluidsniveau bij 100/120 km/u 69,5 dB/72,0 dB
Bron: http://www.autoweek.nl/autotest/188/Honda-Prelude-20i
|
 |
 |
 |
 |
|